Mijn eerste reis naar Sassuolo
Toen ik besloot ITALIA IN zelfstandig verder uit te bouwen, waren catalogussen en stalen voor mij niet voldoende. Ik wilde weten waar de producten vandaan kwamen. Ik wilde de fabrieken zien. De mensen ontmoeten. En begrijpen hoe keramische tegels werkelijk werden gemaakt. Zo reisde ik voor het eerst naar Sassuolo. Er zijn plaatsen die je bezoekt. En dan zijn er plaatsen waar je vanaf het eerste ogenblik het gevoel hebt dat je er thuishoort.
Precies dat gevoel had ik in Sassuolo. Tot dan toe kende ik Italië vooral door de herinneringen aan mijn jeugd. Loreto Aprutino. Mijn grootouders. De zomers die ik bij mijn familie had doorgebracht, vol eenvoud, genegenheid en warmte. Maar Noord-Italië was een heel andere wereld. Toen ik de streek rond Modena en Sassuolo binnenreed, zag ik overal hoge fabrieksschoorstenen. Vrachtwagens reden voortdurend af en aan. Lange goederentreinen stonden op de spoorlijnen.
In en rond de magazijnen lagen enorme voorraden keramische tegels klaar om naar alle uithoeken van Europa te worden vervoerd. Ik begreep onmiddellijk dat ik in het kloppende hart van de keramische industrie was aangekomen. Het eerste wat mij opviel, was de energie. Iedereen leek precies te weten wat hij moest doen. Machines draaiden zonder ophouden. Heftrucks reden voortdurend door de enorme magazijnen. Gesprekken waren kort en doelgericht. Beslissingen werden genomen zonder eindeloze vergaderingen.
Er heerste een sfeer van vertrouwen. Maar ook van discipline. Voor iemand zoals ik, die uit de koffiewereld kwam, was dat bijzonder fascinerend. Tijdens mijn eerste bezoek aan een fabriek kreeg ik een veiligheidshelm. Ik trok een beschermende stofjas aan en volgde de fabrieksdirecteur langs de productielijnen. Ik hoorde het diepe gedreun van de enorme persen. Ik voelde de hitte die uit de gigantische ovens kwam.
En ik zag hoe klei, water en mineralen stap voor stap veranderden in een afgewerkt keramisch product. Het leek bijna magie. Maar het was geen magie. Het was kennis. Vakmanschap. Ervaring. En passie. Ik bleef vragen stellen. Waarom werden juist deze grondstoffen gebruikt? Waarom waren zulke hoge baktemperaturen nodig? Waarom kreeg de ene tegel een mat oppervlak en de andere een glanzende afwerking? Welke invloed had het bakproces op de sterkte?
En hoe zorgde men ervoor dat duizenden tegels dezelfde afmetingen en kleuren behielden? De ingenieurs glimlachten. Misschien dachten ze dat ik een veel te nieuwsgierige Belg was. Maar tegelijkertijd voelde ik dat ze mijn belangstelling waardeerden. Ik stelde die vragen niet om hun kennis op de proef te stellen. Ik stelde ze omdat ik werkelijk wilde begrijpen wat ik aan mijn klanten zou aanbieden. Tijdens de middag aten we samen. Geen snelle maaltijd achter een bureau.
Maar aan één tafel, waar directeurs, vertegenwoordigers, technici en fabrieksarbeiders naast elkaar zaten. Er werd gelachen. Er werd gepraat. Over keramiek. Over voetbal.
Over politiek. Over familie. Ook dat raakte mij. Ondanks de omvang van de fabrieken en de snelheid waarmee er werd gewerkt, bleven menselijke relaties belangrijk.
Misschien voelde ik mij daarom zo snel thuis. Ik hoorde opnieuw de taal waarmee ik was opgegroeid. Ik at gerechten die mij aan de keuken van mijn moeder deden denken. Ik herkende de vertrouwde gebaren. De levendige gesprekken. De trots waarmee mensen over hun werk vertelden. Op zulke ogenblikken besefte ik opnieuw dat, hoewel ik al zoveel jaren in België woonde, een deel van mijn hart altijd diep Italiaans was gebleven.
Toen die eerste reis ten einde liep en ik naar België terugreed, bracht ik veel meer mee naar huis dan stalen en catalogussen. Ik nam iets mee dat veel waardevoller was.
Een overtuiging. Ik voelde dat er voor mij een toekomst lag in deze wereld. Niet omdat keramische tegels toevallig in de mode waren.
Maar omdat ik geloofde in de mannen en vrouwen die ze maakten. Ik had opnieuw ondernemers en vakmensen ontmoet die met oprechte passie over hun beroep spraken. Het was een passie die ik onmiddellijk herkende. Wanneer ik mensen ontmoette die werkelijk hielden van wat ze deden, voelde ik bijna vanzelf het verlangen om samen met hen iets op te bouwen.
Misschien is dat altijd een van mijn grootste krachten geweest. En tegelijkertijd ook een van mijn kwetsbaarste eigenschappen. Ik heb altijd in mensen geloofd. Meestal bracht dat vertrouwen mij waardevolle samenwerkingen en vriendschappen. Maar niet altijd. Mijn groeiende belangstelling voor de tegelwereld had namelijk ook een keerzijde. In het begin probeerde ik DOROMA en ITALIA IN naast elkaar voort te zetten. Een tijdlang lukte dat.
Maar beide activiteiten vroegen steeds meer aandacht. Daarbij moet ik iets belangrijks toegeven. De klanten van DOROMA kochten niet alleen mijn koffie. Ze kochten haar ook omdat ik degene was die ze persoonlijk bediende. Ik leverde de koffie zelf. Ik herstelde hun koffiemachines. Ik zorgde voor het onderhoud. Sommige klanten bezocht ik iedere week. Andere iedere maand. Ze kenden mij. Ze wisten dat ik zou komen. En wanneer er een probleem was, konden ze op mij rekenen.
DOROMA was daardoor niet alleen een product. Het was ook de persoonlijke band die ik in de loop van de tijd met iedere klant had opgebouwd. Zolang ik zelf langskwam, bleef die band sterk. Maar ITALIA IN begon steeds meer van mijn tijd te vragen. Ik moest leveranciers zoeken. Producten selecteren. Klanten ontvangen. Reizen naar Italië maken. En de nieuwe onderneming verder uitbouwen. Bovendien had ik aanzienlijk meer geld in ITALIA IN geïnvesteerd dan in DOROMA.
Die grotere investering bracht een grotere verantwoordelijkheid en ook meer financiële druk met zich mee. Ik voelde dat ik ITALIA IN alle kansen moest geven om te slagen. Bijna ongemerkt begon het daardoor steeds meer van mijn aandacht op te eisen. De bezoeken aan mijn DOROMAklanten werden minder regelmatig. Ik kon niet langer iedere klant wekelijks of maandelijks persoonlijk bedienen zoals vroeger.
Omdat ik ervan overtuigd was dat DOROMA in goede handen zou blijven, vertrouwde ik de dagelijkse leiding binnen mijn familiekring aan iemand anders toe. Ik geloofde dat de leveringen, het contact met de klanten en de verdere opvolging zorgvuldig zouden worden voortgezet. Maar ik had iets belangrijks onderschat. Je kunt een levering aan iemand anders overdragen. Je kunt iemand vragen bestellingen op te nemen.
Maar het persoonlijke vertrouwen dat door de jaren heen is gegroeid, kun je niet zomaar aan een ander doorgeven. Mijn klanten waren gewoon geraakt aan mijn aanwezigheid. Aan mijn advies. Aan de herstellingen en het onderhoud die ik zelf uitvoerde. Toen ik niet meer regelmatig kwam, veranderde er iets in die relatie. Ze verloren niet van de ene dag op de andere hun vertrouwen. Dat gebeurde beetje bij beetje. Sommigen bleven bestellen.
Andere klanten bestelden minder. En enkelen zochten na verloop van tijd een andere leverancier. Later moest ik bovendien tot mijn verdriet vaststellen dat ik niet altijd eerlijk was ingelicht over wat er binnen DOROMA gebeurde. Het vertrouwen dat ik binnen mijn familiekring had gegeven, werd niet volledig met dezelfde eerlijkheid beantwoord.
Maar dat was niet de enige oorzaak van wat er misging. Ook mijn eigen aandacht was verschoven. Ik had veel meer tijd en geld in ITALIA IN geïnvesteerd. Ik was niet meer voldoende aanwezig bij de klanten die DOROMA groot hadden helpen worden. Dat moet ik eerlijk erkennen. Zoals DOROMA ooit klant voor klant was gegroeid, verloor het nu ook klant voor klant zijn kracht. Tegen de tijd dat ik volledig begreep wat er gebeurde, was al veel verloren gegaan.
DOROMA stierf langzaam uit. Dat deed pijn. DOROMA was voor mij nooit zomaar een handelsnaam geweest. In die naam leefden Dorina, onze familienaam Rossi en Marco. Het merk droeg ons gezin, onze dromen en een belangrijk deel van mijn leven in zich. Ik had het vanaf niets opgebouwd. Iedere klant persoonlijk bezocht. Iedere eerste bestelling als een overwinning beleefd. En nu zag ik verdwijnen wat ooit met zoveel hoop was begonnen. Het zou gemakkelijk zijn alle schuld bij iemand anders te leggen.
Maar dat wil ik niet doen. Uiteindelijk was DOROMA mijn onderneming. Ik had zelf besloten mijn tijd en mijn middelen steeds meer aan ITALIA IN te besteden. Ik had zelf de dagelijkse leiding van DOROMA aan iemand anders toevertrouwd. Ik had onvoldoende toezicht gehouden. En ik had te laat begrepen hoe sterk de onderneming verbonden was met mijn persoonlijke aanwezigheid.
Daarom bleef de eindverantwoordelijkheid bij mij. Niet omdat mijn vertrouwen niet was beschaamd. Dat was het wel. Maar omdat een ondernemer verantwoordelijk blijft voor wat hij heeft opgebouwd, ook wanneer hij werkzaamheden aan iemand anders overdraagt. Dat was geen gemakkelijke waarheid. Maar het was wel mijn waarheid. Ik leerde eruit dat vertrouwen noodzakelijk is. Zonder vertrouwen kun je niets samen opbouwen.
Maar vertrouwen alleen is niet voldoende. Een onderneming die rond persoonlijk contact is gegroeid, kan dat contact niet verliezen zonder dat de klanten het verschil voelen. En wie zijn aandacht over verschillende activiteiten verdeelt, moet blijven controleren of geen van beide langzaam uit zijn handen glipt. Misschien hoort ook dat bij ondernemen. Niet alleen trots zijn op wat goed is gegaan.
Maar eveneens de moed hebben verantwoordelijkheid te dragen voor wat verloren is gegaan. Wanneer ik terugdenk aan die eerste reis naar Sassuolo, zie ik daarom niet alleen fabrieken, machines en eindeloze rijen keramische tegels. Ik zie een nieuwe horizon. Maar ik zie ook wat ik achter mij begon te laten. Het ene hoofdstuk van mijn beroepsleven ging langzaam dicht, terwijl het andere zich steeds verder voor mij opende.
In Sassuolo ontdekte ik een wereld waarin mijn Italiaanse afkomst en mijn Belgische ervaring elkaar konden aanvullen. In Italië vond ik de producten, het vakmanschap en de passie. In België kende ik de markt en de mensen aan wie ik die producten kon voorstellen. Op dat moment kon ik onmogelijk weten waarheen die combinatie mij zou leiden. Tijdens die eerste terugreis naar België voelde ik echter één ding heel duidelijk. Ik had in Sassuolo niet alleen nieuwe producten ontdekt.
Ik had een bestemming gevonden die jarenlang richting zou geven aan mijn leven.