← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Lees het boek

Leesinstellingen

Hoofdstuk 2 De moed om alles achter te laten

Ik was nog geen vijf maanden oud toen mijn ouders een beslissing namen die de loop van mijn hele leven zou bepalen. Ze verlieten hun vaderland. Niet omdat ze niet meer van Italië hielden. Integendeel. Italië zou altijd hun vaderland blijven. Maar liefde alleen vult geen lege tafel. Na de Tweede Wereldoorlog leefden duizenden Italiaanse gezinnen in bescheiden omstandigheden. Werk was schaars en de toekomst onzeker. Vaders stonden voor een bijna onmogelijke keuze: bij hun gezin blijven of vertrekken naar een onbekend land, in de hoop hun kinderen ooit een beter leven te kunnen geven. Mijn vader had die keuze al gemaakt. Hij werkte inmiddels diep onder de grond in de steenkoolmijnen van Belgisch Limburg. Elke dag daalde hij af in de duisternis onder de aarde. Niet voor zichzelf. Maar voor ons. Toen ik geboren werd, kon hij mij niet in zijn armen houden.

Hij kende mij alleen uit de brieven die mijn moeder hem schreef en van de foto’s die er soms weken over deden om België te bereiken. Toen ik nog maar een baby was, besloot mijn moeder dat het tijd was om ons gezin weer samen te brengen. Met heel weinig bagage, maar met een enorme moed, begon zij aan de lange reis naar België. Vandaag stappen we op een vliegtuig en bereiken we in enkele uren de andere kant van Europa. In 1948 was dat heel anders. Elke kilometer betekende opnieuw een stukje afscheid. Elke etappe van de reis bracht ons verder weg van de vertrouwde heuvels van de Abruzzen. Mijn moeder verliet niet zomaar haar vaderland. Ze liet haar familie achter. Haar herinneringen. Haar jeugd. Alles wat haar het gevoel had gegeven ergens thuis te horen. Natuurlijk herinner ik mij niets van die reis.

Foto uit het familiearchief

Mijn ouders Antonio en Guglielmina op hun huwelijksdag in 1939.

Daarvoor was ik veel te jong. Maar gedurende mijn leven heb ik mij vaak proberen voor te stellen wat er in haar hart moet zijn omgegaan. Was ze bang? Heeft ze onderweg gehuild? Vroeg ze zich af of ze Loreto Aprutino ooit zou terugzien? Ik zal het nooit weten. Maar nu ik zelf een lang leven achter mij heb, begrijp ik hoeveel moed die reis van haar moet hebben gevraagd. Onderweg moesten wij enkele dagen in Milaan verblijven. Zoals zoveel andere immigranten werden wij daar in quarantaine geplaatst voordat wij onze reis mochten voortzetten. Voor mijn moeder moet dat een van de moeilijkste momenten van de reis zijn geweest. Een jonge vrouw. Alleen onderweg met een baby. Ver van huis. Op weg naar een land waarvan ze de taal niet sprak. En toch ging ze verder. Niet omdat ze wist wat haar te wachten stond.

Maar omdat ze geloofde in de toekomst. Op 22 oktober 1948 kwamen wij uiteindelijk in België aan. Ons nieuwe thuis werd de mijnwerkerswijk Lindeman in Heusden-Zolder. Voor mijn ouders was alles vreemd. De taal. Het weer. De gewoonten. De mensen. En vooral het heimwee. Want hoe dankbaar zij België ook waren voor het werk en de kansen die het hun bood, een deel van hun hart bleef voor altijd in Italië. Ik groeide op tussen twee werelden. Thuis spraken we Italiaans. Buiten sprak iedereen Nederlands. Binnen de muren van ons huis bleven de tradities van de Abruzzen voortleven. Buiten begon langzaam mijn Belgische leven. Als kind leek dat allemaal heel normaal. Pas vele jaren later besefte ik hoe bijzonder die wereld eigenlijk was. In onze mijnwerkerswijk woonden gezinnen uit verschillende streken van Italië, naast Belgen en mensen uit andere landen. We bezaten weinig. Maar we deelden bijna alles.

Foto uit het familiearchief

Mijn vader Antonio, kort na zijn aankomst in België.

De deuren van de buren stonden vaak open. De kinderen speelden samen op straat. De moeders hielpen elkaar. De vaders begrepen elkaar zonder veel woorden nodig te hebben. Ze hadden allemaal hetzelfde offer gebracht. Vandaag, wanneer ik op die jaren terugkijk, besef ik dat mijn grootste rijkdom nooit geld is geweest. Mijn grootste rijkdom waren de mensen. Menselijke warmte. Solidariteit. Eenvoud. Misschien heb ik daar, zonder het zelf te beseffen, de les geleerd die mij mijn hele leven zou blijven begeleiden. Een mens wordt niet groot door wat hij bezit. Een mens wordt groot door wat hij aan anderen geeft. Dat is misschien wel de belangrijkste erfenis die mijn ouders mij hebben nagelaten. Niet door hun woorden. Maar door hun voorbeeld. Zonder hun moed om alles achter te laten, had mijn verhaal nooit geschreven kunnen worden.

Foto uit het familiearchief

Mijn moeder met Remo, Mario en mijn zusje Lidiola, vóór mijn geboorte.

En telkens wanneer ik later in mijn leven voor een moeilijke beslissing stond, keerde ik - vaak zonder het zelf te beseffen - terug naar het beeld van die jonge vader en die jonge moeder die in 1948 de moed hadden op weg te gaan naar een onbekende toekomst. Misschien betekent echte moed niet dat je geen angst kent. Misschien betekent echte moed eenvoudigweg dat je besluit verder te gaan, ondanks die angst.

Op 22 oktober 1948 kwamen wij aan op De Lindeman. Ik was vier maanden oud en droeg vanzelfsprekend geen eigen herinnering aan die dag; wat ik ervan weet, komt uit de verhalen die later aan onze tafel werden verteld. Eén detail is mij altijd bijgebleven: bijna drie maanden lang liet mijn moeder haar koffers vrijwel onaangeroerd staan. Zij wist nog niet of België werkelijk een thuis kon worden. Die koffers waren geen gewone bagage. Ze waren haar stille mogelijkheid om terug te keren naar Loreto Aprutino, naar de taal en de mensen die zij kende.

Foto uit het familiearchief

Mijn moeder, Remo, Mario en ik als baby, kort vóór ons vertrek naar België.

Pas toen zij de koffers eindelijk uitpakte, begon het vertrek langzaam een leven te worden. Dat kleine gebaar zegt mij vandaag meer dan grote woorden over emigratie. Mijn ouders kwamen niet naar België omdat zij hun land wilden vergeten. Zij kwamen omdat zij hun kinderen kansen wilden geven. Hun heimwee reisde met hen mee, maar ook hun vastberadenheid. Uit die twee gevoelens - verlangen naar wat achterbleef en zorg voor wat nog moest komen - is mijn hele leven ontstaan.