← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Lees het boek

Leesinstellingen

Hoofdstuk 3 De lange tijd die ik mij niet herinner

Niet iedere belangrijke periode uit een mensenleven blijft als een herinnering bewaard. Sommige gebeurtenissen kennen we alleen uit wat anderen ons later hebben verteld. Zo is het ook met een van de eerste moeilijke hoofdstukken van mijn leven. Ik was nog heel klein toen ik ernstige ademhalingsproblemen kreeg. Mijn gezondheid was zo kwetsbaar dat ik voor een lange behandeling in een ziekenhuis in Leuven werd opgenomen. Volgens wat mij later binnen de familie werd verteld, duurde die opname ongeveer anderhalf jaar. De precieze data zijn met het verstrijken van de tijd verloren gegaan. Zelf bezit ik geen duidelijke beelden van die periode. Geen kamer. Geen verpleegster. Geen bed. Geen stem die ik mij nog kan herinneren. Ik was eenvoudigweg te jong. Maar het ontbreken van herinneringen maakt die tijd niet minder werkelijk. Mijn ouders waren nog maar pas in België met hun gezin herenigd. Zij hadden hun vaderland verlaten om samen een nieuw leven op te bouwen.

En nauwelijks was dat nieuwe leven begonnen, of zij moesten hun kleine zoon aan de zorgen van een ziekenhuis toevertrouwen. Wanneer ik mij vandaag probeer voor te stellen wat dat voor hen betekende, besef ik opnieuw hoeveel zorgen zij in stilte hebben gedragen. Mijn vader werkte diep onder de grond. Mijn moeder probeerde haar gezin bijeen te houden in een land waarvan zij de taal nog nauwelijks kende. En ergens in Leuven lag hun kleine kind, ver van de vertrouwde warmte van thuis. Ik wil geen gevoelens voor hen invullen die zij mij nooit zelf hebben beschreven. Maar iedere ouder weet hoe machteloos je je voelt wanneer een kind ziek is. Je zou zijn pijn willen overnemen. Je zou alles willen geven voor de zekerheid dat het weer goedkomt. En toch kun je soms alleen wachten. Hopen. En vertrouwen op de mensen die voor je kind zorgen.

Ik ben uiteindelijk teruggekeerd naar mijn gezin. Mijn gezondheid herstelde voldoende om mijn jeugd op mijn cité De Lindeman voort te zetten. Daar begon het deel van mijn leven waarvan ik zelf herinneringen draag. De straten. De andere kinderen. De kerk. De geuren uit de keukens. De mijnwerkers die naar huis terugkeerden. Misschien is het vreemd dat een afwezigheid van anderhalf jaar zo weinig beelden nalaat. Maar een mens bestaat niet alleen uit wat hij zich herinnert. Ook de verhalen die anderen ons over onszelf vertellen, worden een deel van wie wij zijn. Deze lange ziekenhuisperiode behoort tot mijn leven, ook al kan ik haar niet opnieuw voor mijn ogen halen. Ze herinnert mij eraan hoe kwetsbaar een begin kan zijn. En hoeveel liefde en zorg soms nodig zijn voordat een kind sterk genoeg is om zijn eigen herinneringen te beginnen maken.