Terug naar mijn wortels
Naarmate de jaren voorbijgaan, voelen veel mensen steeds sterker de behoefte om terug te keren naar hun oorsprong. Niet noodzakelijk om er opnieuw te gaan wonen. En ook niet omdat het verleden beter zou zijn geweest dan het heden. Maar omdat we willen begrijpen waar ons verhaal werkelijk is begonnen. Dat heb ik zelf ook ervaren.
Voor mij is Loreto Aprutino nooit zomaar een dorp geweest. Het is de plaats waar ik op 5 juni 1948 werd geboren. De plaats waar de wortels van mijn familie diep in de grond liggen. Daar leefden mijn ouders voordat België deel van ons verhaal werd. Daar werkten mijn grootouders. Daar werden generaties van onze familie geboren, lang voordat iemand kon vermoeden dat een deel van hun nakomelingen ooit in België een nieuw bestaan zou opbouwen.
Ik was nog maar een baby toen ik Italië verliet. Mijn herinneringen aan Loreto Aprutino zijn daarom niet ontstaan uit een lange jeugd die ik daar doorbracht. Ze kwamen tot mij door de verhalen van mijn ouders. Door de Italiaanse taal. Door onze familie. Door de gewoonten die zij naar België meebrachten. En door de bezoeken die ik later aan mijn geboortestreek bracht. Italië lag ver weg.
Maar in ons gezin was het altijd aanwezig. In de woorden van mijn vader en moeder. In de gerechten die op tafel kwamen. In de verhalen over familieleden. In de herinneringen aan het leven dat zij hadden achtergelaten. En soms ook in het heimwee dat zij niet altijd met woorden uitspraken. Iedere keer wanneer ik terugkeer naar de Abruzzen, voel ik iets wat moeilijk onder woorden te brengen is. Ik wandel door de straten van Loreto Aprutino.
Ik kijk uit over de heuvels. Ik zie de olijfbomen. Ik adem de lucht in die mijn ouders en grootouders ooit hebben ingeademd. En ik besef dat ik daar deel uitmaak van een verhaal dat veel ouder is dan ikzelf.
Sommige huizen zijn veranderd. Mensen zijn verdwenen. Nieuwe generaties hebben hun plaats ingenomen.
Maar iets blijft herkenbaar. Een stilte. Een geur. Een manier waarop het licht over de heuvels valt. En het gevoel dat de grond onder mijn voeten iets van mijn oorsprong bewaart. Wanneer ik door die straten wandel, denk ik vaak aan mijn ouders. Aan hun eenvoudige leven. Aan hun offers. Aan hun waardigheid. Mijn vader verliet zijn geboorteland niet omdat hij Italië niet liefhad. Hij vertrok omdat hij zijn gezin liefhad.
Hij ging diep onder de grond in de Belgische steenkoolmijnen werken omdat hij zijn kinderen een toekomst wilde geven die hijzelf nooit had gekend. Ook mijn moeder liet uiteindelijk haar vertrouwde omgeving, haar familie en haar taal achter. Zij begon opnieuw in een land dat zij niet kende. Met weinig bezit.
Maar met een enorme innerlijke kracht. Als kind begreep ik niet volledig wat dat van hen had gevraagd. Vandaag begrijp ik het beter. Emigreren betekent niet alleen ergens aankomen. Het betekent ook iets achterlaten. Een huis. Een familie. Een vertrouwde taal. Een landschap. En soms zelfs een deel van jezelf. Mijn ouders droegen Italië iedere dag met zich mee, terwijl zij in België een nieuw leven probeerden op te bouwen. Ook ik ben die twee werelden altijd met mij blijven meedragen.
Ik ben trots op mijn Italiaanse afkomst. En ik ben even trots op het leven dat ik in België heb mogen opbouwen. Ik heb nooit gevoeld dat ik tussen beide landen moest kiezen. Waarom zou een mens slechts van één plaats mogen houden? Italië gaf mij mijn oorsprong. België gaf mij de mogelijkheid om te groeien, te werken, een gezin te stichten en mijn dromen na te streven. Uit de ontmoeting van die twee werelden ontstond de man die ik ben geworden.
Zelfs mijn talen vertellen dat verhaal. Het Italiaans bleef de taal van mijn familie, mijn afkomst en mijn jeugdherinneringen. Het Nederlands werd de taal van mijn dagelijkse leven in Vlaanderen. En het Frans kreeg door Dorina en ons gezinsleven een belangrijke plaats in ons huis. Drie talen. Niet als muren tussen afzonderlijke werelden.
Maar als deuren waardoor ik mensen uit verschillende werelden kon leren kennen. Misschien heeft juist die combinatie mij geleerd dat identiteit niet altijd in één enkel woord kan worden samengevat. Ik ben Italiaan. Ik ben Belg geworden. Ik ben een kind van emigranten. Ik groeide op tussen mijnwerkersgezinnen. Ik bouwde mijn leven op in Vlaanderen. En al die delen behoren bij mij. Geen enkel deel hoeft het andere uit te sluiten. Onze wortels houden ons niet tegen.
Ze schrijven ons ook niet voor waar we de rest van ons leven moeten blijven. Wortels geven ons houvast. Ze herinneren ons eraan wie vóór ons kwam. Welke offers werden gebracht. En hoeveel wegen moesten worden afgelegd voordat wij konden staan waar wij vandaag staan. Een boom groeit niet door zijn wortels te vergeten. Hij groeit juist omdat die wortels hem voeden terwijl zijn takken steeds verder naar het licht reiken. Zo zie ik ook mijn eigen leven.
Een van de mooiste symbolen van die verbondenheid ontstond in 2003. Mijn broers Remo en Maurizio legden met de fiets de 1.745 kilometer af van Luik naar Loreto Aprutino. Toen zij aankwamen, stond de familie hen op te wachten. Het was meer dan een sportieve prestatie. Onze ouders waren ooit van Italië naar België getrokken om een toekomst op te bouwen. Hun zonen legden de weg in omgekeerde richting af, op eigen kracht, naar de plaats waar onze familiewortels liggen. Die dag leek de afstand tussen onze twee landen even helemaal te verdwijnen.
Mijn wortels liggen in Loreto Aprutino. Maar mijn leven groeide verder in België. Daar ging ik naar school. Daar leerde ik werken. Daar ontmoette ik Dorina. Daar werden mijn kinderen geboren. Daar bouwde ik mijn ondernemingen op. Daar kende ik mijn grootste vreugde. En daar werd ik ook geconfronteerd met mijn zwaarste verdriet. Beide landen dragen daarom een deel van mijn verhaal. Ik hoop dat ook mijn kinderen en kleinkinderen die verbondenheid zullen blijven voelen.
Niet omdat zij in het verleden moeten leven. En ook niet omdat zij dezelfde keuzes moeten maken als degenen die vóór hen kwamen. Zij hebben recht op hun eigen leven. Hun eigen dromen. Hun eigen toekomst. Maar ik hoop dat zij zullen weten waar hun verhaal begon. Dat zij de namen zullen kennen van de mensen die hen zijn voorgegaan.
Dat zij begrijpen hoeveel moed ervoor nodig was om Italië te verlaten en in België opnieuw te beginnen.
En dat zij voelen dat in hen iets voortleeft van de kracht waarmee hun overgrootouders hun toekomst hebben opgebouwd. Wie zijn oorsprong kent, hoeft er niet door te worden vastgehouden. Hij kan er juist kracht uit putten om verder te gaan. Herinnering hoeft geen last te zijn. Ze kan een licht worden dat ons helpt onze eigen weg te vinden. Iedere keer wanneer ik de Abruzzen verlaat om naar België terug te keren, laat ik Italië niet werkelijk achter.
Ik draag het met mij mee. In mijn naam. In mijn taal. In mijn herinneringen. In mijn karakter. En in de liefde voor de mensen uit wie ik ben voortgekomen. Wanneer ik daarna opnieuw in België aankom, voelt ook dat als thuiskomen. Want daar bevindt zich het leven dat ik zelf heb opgebouwd. Mijn gezin. Mijn vrienden. Mijn herinneringen. En bijna alles wat mij heeft gevormd tot de mens die ik vandaag ben.
Emigratie is niet alleen een geschenk. Daarvoor heeft zij mijn ouders te veel gekost. Maar zij heeft mij wel iets bijzonders gegeven. De mogelijkheid om meer dan één thuis te hebben. Twee landen. Meerdere culturen. Drie talen. Maar slechts één hart. Een hart dat niet tussen Italië en
België hoeft te kiezen... omdat het groot genoeg is om beide even oprecht lief te hebben.







