← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Integrale editie

Leesinstellingen

De latere jaren

De latere jaren van mijn leven zijn anders dan de jaren die eraan voorafgingen. Niet noodzakelijk rustiger. Maar wel bewuster. Vroeger was ik bijna voortdurend bezig met opbouwen. Met werken. Met creëren. Met het ontwikkelen van nieuwe projecten. Er was altijd wel een volgende afspraak. Een nieuwe klant. Een probleem waarvoor een oplossing moest worden gevonden. Of een idee dat mij zelfs ’s nachts niet losliet. Ik leefde vaak met mijn blik op morgen gericht.

Wat moest er nog gebeuren? Wat konden we verbeteren? Welke nieuwe mogelijkheid lag achter de volgende deur?

Die gedrevenheid is nooit helemaal uit mij verdwenen. Ook vandaag ben ik nog altijd nieuwsgierig. Ik volg met

Familiefoto uit Mijn Leven
Op vakantie in Loreto Aprutino, met de legendarische Fiat 500 van mijn neef Massimo. Met het dakje open door de vertrouwde straten: dat was pure vrijheid.
Familiefoto uit Mijn Leven
Samen huisgemaakte worst bereiden een Italiaans familieritueel waarin traditie, samenwerking en gezelligheid samenkomen.

belangstelling de ontwikkelingen in de technologie en de artificiële intelligentie. Ik probeer nieuwe dingen te begrijpen. Ik communiceer met mensen. Ik schrijf mijn herinneringen op. En soms ontstaat er nog altijd een nieuw idee waarvan ik denk:

‘Daar zouden we iets mee moeten doen.’ Op zulke momenten voel ik opnieuw iets van de ondernemer die ik altijd ben geweest. En vaak denk ik dan aan Marco. Aan hoe enthousiast hij zou zijn geweest over de mogelijkheden die vandaag bestaan. Aan de gesprekken die wij er samen over zouden hebben gevoerd. Waarschijnlijk zou hij alweer veel verder hebben gedacht dan ik. Die gedachte maakt mij verdrietig.

Maar ze doet mij ook glimlachen. Mijn latere jaren zijn daarom geen jaren waarin alles is stilgevallen. Integendeel. Mijn belangstelling voor mensen, nieuwe ideeën en de toekomst is gebleven. Maar de haast is verminderd. Ik voel niet meer dezelfde behoefte om alles onmiddellijk te realiseren. Niet ieder idee hoeft nog een bedrijf te worden. Niet iedere gedachte hoeft in een project te veranderen. Sommige ideeën mogen gewoon bestaan. Sommige gesprekken hoeven nergens naartoe te leiden.

En sommige dagen hoeven niets groots voort te brengen om toch waardevol te zijn. Dat is misschien een van de belangrijkste veranderingen die het ouder worden mij heeft gebracht. Vroeger dacht ik vaak dat waarde ontstond door wat wij deden. Vandaag weet ik dat waarde soms eenvoudigweg ontstaat door werkelijk aanwezig te zijn. Bij een betekenisvol gesprek. Bij een kop koffie met vrienden. Bij een bezoek van familie. Tijdens een wandeling. Of bij een herinnering die onverwacht weer naar boven komt.

Geluk bevindt zich niet alleen in de grote gebeurtenissen van ons leven. Niet alleen in een geboorte. Een huwelijk. Een zakelijk succes. Of een droom die werkelijkheid wordt. Heel vaak verschuilt het zich in de eenvoud van een gewone dag. In iets wat we vroeger nauwelijks zouden hebben opgemerkt. Een onverwacht telefoontje. De stem van iemand die we graag horen. Een zonsondergang. De geur van vers gezette koffie. De stilte van een kerk.

Een oprecht gesprek dat langer duurt dan voorzien. Of een moment waarop niemand iets hoeft te zeggen omdat alleen het samenzijn al voldoende is. Vroeger gingen zulke ogenblikken soms aan mij voorbij. Niet omdat ik ze niet waardeerde. Maar omdat mijn gedachten alweer bij de volgende taak waren.

Vandaag probeer ik er aandachtiger naar te kijken. Niet alleen zien. Maar werkelijk waarnemen. Niet alleen horen. Maar luisteren. Niet alleen aanwezig zijn met mijn lichaam. Maar ook met mijn hart. Natuurlijk denk ik nog vaak aan degenen die mij zijn voorgegaan. Aan mijn vader. Mijn moeder. Mijn broer Mario. Aan mijn kleine zusje Lidiola. En bovenal aan Marco. Sommige herinneringen brengen warmte. Andere doen nog altijd pijn. Ouder worden betekent niet dat het verdriet verdwijnt.

Soms wordt het gemis zelfs duidelijker, omdat er steeds meer momenten zijn die je nog met iemand had willen delen. Maar ik probeer niet alleen te kijken naar de mensen die er niet meer zijn. Ik kijk ook naar degenen die vandaag nog altijd deel van mijn leven uitmaken. Naar Dorina. Naar Michael. Naar mijn kleinkinderen. Naar mijn broers. Naar mijn familie en vrienden. Naar de mensen met wie ik nog steeds kan praten, lachen en herinneringen delen.

Daar vind ik mijn kracht. Daar vind ik mijn hoop. Want wie alleen naar de lege plaatsen kijkt, dreigt de mensen die nog naast hem staan uit het oog te verliezen. Dankbaar zijn voor wie er nog is, betekent niet dat we degenen die we verloren hebben vergeten. Het betekent dat we de liefde die zij ons hebben gegeven ook blijven gebruiken om de levenden dichter bij ons hart te houden. Iedere nieuwe dag is voor mij een geschenk.

Niet omdat elke dag gemakkelijk of bijzonder is. Sommige dagen zijn gewoon. Andere zijn zwaar. En er zijn nog altijd dagen waarop verdriet onverwacht terugkeert. Maar geen enkele dag is vanzelfsprekend. Wanneer we jong zijn, denken we dat de tijd vóór ons ligt alsof hij ons eigendom is. Pas later begrijpen we dat tijd ons slechts wordt toevertrouwd. We weten niet hoeveel dagen ons nog resten.

Maar we kunnen wel proberen de dag die ons vandaag wordt gegeven bewust te beleven. Dat betekent niet dat ik voortdurend aan het einde denk. Integendeel. Juist het besef dat de tijd kostbaar is, helpt mij het leven intenser te waarderen. Ik stel sommige dingen minder gemakkelijk uit. Een vriendelijk woord. Een telefoontje. Een bezoek. De woorden:

‘Ik denk aan je.’ Of: ‘Ik ben blij dat je er bent.’ Dergelijke woorden mogen nooit wachten tot het te laat is. Door de jaren heen heb ik ook geleerd dat innerlijke rust niet betekent dat er geen verdriet meer bestaat. Rust betekent niet dat alle vragen beantwoord zijn. Of dat alle wonden genezen zijn. Voor mij betekent innerlijke rust dat ik niet langer iedere dag tegen het verleden hoef te vechten. Dat ik kan aanvaarden wat ik niet meer kan veranderen.

Dat ik mijn herinneringen mag bewaren zonder er volledig door te worden gevangen. En dat ik naast mijn verdriet ook opnieuw vreugde durf toe te laten. Misschien is dat wat ouder worden werkelijk betekent. Niet dat we minder leven. Maar dat we aandachtiger leven. Dat we het bijzondere leren zien in de eenvoudigste dingen. Dat we minder bezig zijn met de indruk die we op anderen maken. En meer met wat we werkelijk voor elkaar kunnen betekenen.

Ik voel niet langer de behoefte om iets te bewijzen. Dat betekent niet dat ik geen dromen meer heb. Maar mijn dromen hoeven niet meer aan iedereen te tonen wie ik ben. Het is genoeg om er te zijn. Voor mijn familie. Voor mijn vrienden. Voor iedereen die behoefte heeft aan een vriendelijk woord, een luisterend oor of een glimlach. Als iemand mij vandaag zou vragen wat mijn grootste rijkdom is, zou ik niet spreken over de bedrijven die ik heb opgericht.

Ook niet over de projecten die ik heb verwezenlijkt. Ik zou spreken over de mensen van wie ik houd. Over de herinneringen die ik mag koesteren. Over de duizenden gesprekken die mijn leven hebben verrijkt. En over de innerlijke rust die ik, langzaam maar zeker, diep in mezelf heb leren vinden. Een gelukkig leven is geen leven zonder verdriet. Zo’n leven bestaat niet. Een gelukkig leven is een leven waarin we, ondanks onze wonden, nog altijd liefde kunnen voelen.

Waarin we na een verlies opnieuw een glimlach durven toe te laten. Waarin we blijven geloven in mensen. En waarin we dankbaar blijven voor iedere nieuwe dag die ons wordt gegeven. Vandaag weet ik dat een gewone dag nooit werkelijk gewoon is. Iedere dag waarop we iemand kunnen liefhebben... naar iemand kunnen luisteren... of eenvoudigweg samen kunnen zijn... is een dag die betekenis heeft gehad.