Mijn zoon, mijn zakenpartner, mijn vriend
Er zijn ouders die hun kinderen door en door kennen zolang ze jong zijn. Daarna gaat ieder zijn eigen weg. En zo hoort het leven ook te zijn. Ook ik had altijd gedacht dat Marco op een dag zijn eigen weg zou kiezen. Misschien zou hij zijn eigen onderneming beginnen.
Misschien zou hij een heel andere richting uitgaan. Maar het leven schonk ons iets anders. Beetje bij beetje werden we collega’s. Daarna zakenpartners. En bijna zonder dat we het beseften, werden we ook elkaars vertrouwelingen. Elkaars vrienden. Het was een buitengewoon geschenk. We zagen elkaar bijna iedere dag. Niet omdat het moest.
Maar omdat we dat allebei wilden. Wanneer ik ’s morgens de Piramide binnenkwam, hoorde ik vaak al het getik van een toetsenbord. Marco was bijna altijd eerder aanwezig dan ik. Een kop koffie naast hem. Volledig verdiept in zijn werk. Soms bleef ik even achter hem staan. Hij merkte niet eens dat ik was binnengekomen. Pas wanneer ik zacht mijn hand op zijn schouder legde, draaide hij zich om.
‘Goedemorgen, papa.’ Meer woorden waren niet nodig. We begonnen gewoon aan een nieuwe dag. Er waren dagen waarop we uren naast elkaar werkten zonder veel te zeggen. En toch zeiden die stiltes soms meer dan duizend woorden. Meestal voelden we aan wat er in de ander omging. Wanneer een van ons ergens mee worstelde, merkte de ander dat bijna onmiddellijk. Het is moeilijk uit te leggen.
Misschien kunnen alleen mensen die jarenlang zo nauw met iemand hebben samengewerkt werkelijk begrijpen wat ik bedoel. Marco bezat bovendien een bijzondere gave. Hij kon mensen enthousiast maken. Wanneer hij werkelijk in een idee geloofde, kon hij bijna iedereen in zijn visie meenemen. Hij sprak snel. Zijn handen bewogen voortdurend terwijl hij iets uitlegde. Hij tekende zijn ideeën op een vel papier. Stond recht. Ging weer zitten.
En voor je het wist, begon je zelf ook te geloven dat zijn idee mogelijk was. Hoe vaak heb ik niet glimlachend naar hem gekeken?
‘Rustig, Marco,’ zei ik dan. ‘Geef de anderen eerst even de tijd om je bij te houden.’ Hij lachte. Maar vijf minuten later sprak hij alweer met evenveel enthousiasme. Zo was hij nu eenmaal. En diep in mijn hart hoopte ik dat hij dat nooit zou verliezen. We reisden ook vaak samen naar Italië. Die reizen waren veel meer dan zakenreizen. Urenlang zaten we naast elkaar in de auto. We spraken over de onderneming. Over nieuwe ideeën.
Maar minstens even vaak spraken we over het leven. Over onze familie. Over de toekomst. En soms zeiden we helemaal niets. Niet omdat we niets meer te vertellen hadden. Maar omdat stilte tussen twee mensen die elkaar werkelijk begrijpen nooit ongemakkelijk is. Vandaag koester ik die herinneringen meer dan ooit. Ik herinner mij ook hoe trots ik was wanneer ik zag hoe aandachtig de Italiaanse fabrikanten naar Marco luisterden. Ze zagen niet langer alleen mijn zoon.
Ze zagen een jonge ondernemer. Een man met visie. Dat maakte mij gelukkig. Niet omdat hij mijn naam droeg. Maar omdat hij hun respect op eigen kracht had verdiend. Door zijn talent. Door zijn inzet. Door zijn eerlijkheid. Dat zijn waarden die nooit verouderen. Natuurlijk waren we het niet altijd met elkaar eens. Het zou vreemd zijn geweest als dat wel zo was. Soms vond ik dat hij te snel vooruit wilde.
Andere keren vond hij dat ik te voorzichtig was. Dan discussieerden we. Soms met veel vuur. Maar nooit om elkaar pijn te doen. Altijd omdat we allebei het beste wilden. En bijna ieder meningsverschil eindigde met een glimlach. Of bij een kop koffie. Want geen enkele discussie was ooit belangrijker dan de band die wij met elkaar hadden.
Wanneer ik vandaag terugkijk, besef ik pas ten volle hoe bijzonder die jaren waren. Hoeveel vaders krijgen het voorrecht niet alleen hun zoon te zien opgroeien tot een volwassen man, maar ook iedere dag naast hem te mogen werken? Hoeveel vaders mogen ontdekken dat hun zoon niet alleen een begaafde ondernemer wordt, maar bovenal een bijzonder goed mens? Het was een voorrecht. Een voorrecht waarvoor ik God iedere dag dankbaar ben.
Misschien heb ik het Marco toen niet vaak genoeg gezegd. We waren allebei zo druk bezig. We dachten dat er altijd nog tijd zou zijn. En misschien is dat wel een van de grootste vergissingen die wij als mensen maken. We denken dat morgen vanzelfsprekend is. Vandaag weet ik dat iedere gewone dag later een onvervangbare herinnering kan worden.
Daarom denk ik, wanneer ik terugkijk, niet alleen aan de grote projecten. Of aan onze successen. Mijn mooiste herinneringen zijn vaak de eenvoudigste. Samen een kop koffie drinken. Een lange autorit naar Italië. Een gesprek laat op de avond in de stille Piramide. Een blik die alles zei zonder dat er woorden nodig waren. Dat zijn de momenten die ik nooit zal vergeten. En als iemand mij vandaag zou vragen wat Piramedia mij werkelijk heeft gegeven... dan zou mijn antwoord niet over software gaan. Niet over ondernemerschap. En ook niet over innovatie. Ik zou eenvoudig zeggen:
‘Piramedia heeft mij de mooiste jaren gegeven die ik samen met mijn zoon heb mogen beleven.’
Geen enkele onderneming ter wereld is zoveel waard als zulke herinneringen. En precies daarom zal Marco, zolang ik leef, nooit alleen mijn zoon zijn. Hij blijft ook mijn zakenpartner. Mijn vriend. En een onvervangbaar deel van de man die ik ben geworden.
Van de jaren waarin Marco en ik samenwerkten, zijn helaas weinig foto’s overgebleven. Hij bewaarde onze beelden digitaal en na zijn overlijden gingen vele daarvan verloren. Maar wat wij samen bedachten, opbouwden en droomden, leeft verder in mijn herinneringen en in alles wat Marco mee heeft helpen realiseren.
