← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Integrale editie

Leesinstellingen

Altijd op zoek naar een oplossing

Mijn vader zei vaak:

‘Voor ieder probleem bestaat er een oplossing. Je moet alleen de moed hebben om ernaar te blijven zoeken.’

Als kind begreep ik nog niet ten volle wat die woorden betekenden. Maar met de jaren werden ze een leidraad in mijn leven. Wanneer ik vandaag terugkijk op mijn professionele weg, zie ik dat er altijd één rode draad is geweest. Voor een probleem gaf ik nooit zomaar op. Een probleem was voor mij nooit het einde. Het was een vraag. Een uitnodiging om nog een stap verder te gaan. Dat was zo in de wereld van de koffie.

Toen ik merkte hoeveel tijd verloren ging doordat de plastieken filters in vochtige omstandigheden voor vertraging zorgden, begon ik te experimenteren met papieren koffiepads en een aangepaste koffiemachine.

Hetzelfde gebeurde later in de keramieksector. Toen ik zag hoeveel fouten er ontstonden bij berekeningen, bestellingen en de presentatie van producten, begon ik opnieuw naar een betere oplossing te zoeken. In veel opzichten was Piramedia het resultaat van die manier van denken. We wilden niet zomaar software ontwikkelen.

We wilden het dagelijkse werk van mensen eenvoudiger maken. Dat was altijd ons vertrekpunt. Iedere keer opnieuw. Wanneer een architect ons vertelde hoe moeilijk het was om een klant te laten zien hoe een afgewerkte ruimte eruit zou zien, luisterden we aandachtig. Wanneer een tegelhandelaar vertelde hoeveel uren verloren gingen met het zoeken naar prijzen en technische informatie, maakten we aantekeningen.

Wanneer een fabrikant klaagde dat het maanden duurde voordat een nieuwe collectie op de markt bekend raakte, vroegen wij ons af hoe dat sneller kon. We begonnen altijd met luisteren. Pas daarna gingen we op zoek naar een oplossing. Misschien was dat wel onze grootste kracht. We begonnen niet bij de computer. We begonnen bij de mens. Ik herinner mij nog een dag waarop Marco een groot vel papier over de tafel uitspreidde.

Hij tekende cirkels. Pijlen. Verbindingen. Op het eerste gezicht leek het niet meer dan een wirwar van lijnen. Maar terwijl hij zijn gedachtegang uitlegde, begon ik te begrijpen wat hij bedoelde.

‘Papa,’ zei hij enthousiast, ‘alles is met elkaar verbonden.’ Hij wees naar de eerste cirkel. ‘Hier staat de fabrikant.’ Toen naar de tweede. ‘Hier de importeur.’ De derde. ‘De tegelhandelaar.’ De vierde. ‘De architect.’ En ten slotte de vijfde.

‘En hier staat de eindklant.’ Hij keek mij aan. ‘Waarom werkt iedereen afzonderlijk? Waarom verbinden we hen niet met elkaar?’ Ik bleef enkele ogenblikken stil. Niet omdat ik geen antwoord had. Maar omdat ik besefte dat hij iets zag wat veel groter was dan alleen een computerprogramma. Hij zag een netwerk. Hij zag hoe iedere schakel in de keten met de andere kon worden verbonden. Lang voordat onlineplatforms ons dagelijkse leven zouden gaan bepalen en er overal over artificiële intelligentie werd gesproken, dacht Marco al in digitale verbindingen. Ik was ontzettend trots.

Niet alleen omdat hij mijn zoon was. Maar omdat ik zag hoe zijn geest werkte. Hij dacht niet in afzonderlijke onderdelen. Hij dacht in mogelijkheden. Toen vertelde ik hem iets waarin ik altijd had geloofd.

‘Marco,’ zei ik, ‘iets vernieuwen betekent niet altijd dat je iets moet maken wat nooit eerder heeft bestaan. Werkelijke vernieuwing kan ook betekenen dat je een slimmere manier vindt om dingen die al bestaan met elkaar te verbinden.’

Hij glimlachte. ‘Dan zitten we misschien op de goede weg.’ Ik glimlachte terug. ‘Misschien wel.’ Het waren eenvoudige gesprekken. Maar vandaag besef ik hoe bijzonder ze werkelijk waren. We spraken niet over geld. We spraken niet over concurrentie. We spraken over de toekomst. Over hoe technologie mensen kon helpen. Niet vervangen. Helpen. Het is een gedachte die, zelfs na zoveel jaren, actueler lijkt dan ooit.

Wanneer ik vandaag naar de ontwikkeling van artificiële intelligentie kijk, denk ik vaak terug aan die gesprekken. Niet omdat wij toen al wisten wat de toekomst zou brengen. Maar omdat we dezelfde vraag stelden die mij mijn hele leven heeft begeleid:

‘Hoe kunnen we het leven van mensen gemakkelijker maken?’ Ik geloof dat alleen die vraag vooruitgang haar werkelijke waarde geeft. Technologie mag nooit een doel op zichzelf worden. Ze moet een middel blijven om mensen te helpen. Want technologie zonder menselijkheid verliest een groot deel van haar betekenis. Dat heb ik altijd geloofd. En dat geloof ik vandaag nog steeds met dezelfde overtuiging.

Misschien is dat wel de grootste erfenis van Piramedia. Niet de software. Niet de computers. Niet de projecten. Maar de overtuiging dat vernieuwing pas werkelijk waarde krijgt wanneer ze het leven van mensen beter maakt. Wat mijn vader mij ooit had geleerd, kon ik op mijn beurt met Marco delen. Dat was onze droom. En ondanks alles wat daarna nog zou gebeuren... ben ik diep dankbaar dat ik het voorrecht heb gehad die droom samen met mijn zoon te beleven.