← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Lees het boek

Leesinstellingen

Hoofdstuk 5 Mijn eerste terugkeer naar Italië

In de zomer van 1953 keerde ik voor het eerst terug naar het land waar ik was geboren. Ik was vijf jaar oud. Bijna mijn hele bewuste leven had zich tot dan toe in België afgespeeld. Italië kende ik vooral uit de verhalen van mijn ouders. Uit de namen van familieleden. Uit de herinneringen die tijdens gesprekken rond onze tafel opnieuw tot leven kwamen. Maar nu zouden we werkelijk teruggaan. De reis gebeurde met een trein van Wasteels, zoals zoveel Italiaanse gezinnen uit België in die jaren naar hun geboortestreek terugkeerden. De trein zat overvol. Wij reisden met de hele familie. Iedereen had bagage bij zich. Eten voor onderweg. Drinken. En alles wat nodig was voor een reis die veel langer en zwaarder was dan de reizen die wij vandaag kennen. Vaak moesten mensen rechtstaan. Sommigen hadden zelfs een stoel meegebracht om onderweg toch even te kunnen zitten.

Foto uit het familiearchief

Onze familie in België in 1948, aan het begin van een nieuw leven.

Maar ondanks het ongemak heerste er een bijzondere sfeer. Er werd gepraat. Gelachen. Gezongen. En gekaart. Iedere wagon droeg dezelfde verwachting. Mensen keerden terug naar ouders die zij lang niet hadden gezien. Naar broers en zussen. Naar dorpen waarvan zij ieder straatje nog in hun hart droegen. Voor de volwassenen was het een terugkeer. Voor mij was het een ontdekking. Toen wij Loreto Aprutino bereikten, ontmoette ik familieleden die mij kenden uit verhalen en foto’s, maar die voor mij nog bijna vreemden waren. Tante Ida. Primo. En de familie van mijn moeder, verbonden met de boerderij waar haar vroegere leven nog tastbaar aanwezig was. Voor het eerst zag ik de wereld waaruit mijn ouders waren voortgekomen. De plaats waar zij als kinderen hadden geleefd. Waar zij hadden gewerkt. Waar zij hun eerste dromen hadden gehad. Als kind begreep ik de betekenis daarvan nog niet volledig.

Foto uit het familiearchief

Met mijn allerliefste tante Ida, de zus van mijn vader.

Ik wist alleen dat mensen blij waren ons te zien. Dat namen die ik thuis zo vaak had gehoord plotseling gezichten kregen. En dat Italië tegelijk vertrouwd en nieuw aanvoelde. Het was mijn geboorteland. Maar België was het land van mijn eerste herinneringen. Misschien begon ik tijdens die reis voor het eerst, zonder het te kunnen benoemen, te begrijpen dat een mens zich met meer dan één plaats verbonden kan voelen. Ik hoefde niet te kiezen tussen Italië en België. Beide landen zouden een deel van mij worden. Italië gaf mij mijn oorsprong. België gaf mij mijn leven. Die eerste terugkeer naar Loreto Aprutino was daarom veel meer dan een familiebezoek. Ze was mijn eerste ontmoeting met mijn eigen wortels. Wortels die ik niet zelf had geplant. Maar die mij mijn hele leven zouden blijven voeden.

Foto uit het familiearchief

Met de trein terug naar Italië, tijdens een reis georganiseerd door Wasteels.