Hoofdstuk 10 Mijn broers - dezelfde wortels, eigen wegen
Mijn broers Remo, Mario, Carmine en Maurizio behoren tot de langste lijn in mijn leven. Wij kwamen uit hetzelfde gezin, droegen dezelfde Italiaanse wortels mee en groeiden op in België, maar ieder van ons vond een eigen weg. Zoals in iedere familie waren wij niet altijd gelijk in karakter of overtuiging. Toch bleef onder alles het besef bestaan dat wij bij elkaar hoorden.
Remo was acht jaar ouder dan ik en Mario vier jaar. Voor mij waren zij in mijn eerste jaren niet alleen broers, maar ook voorbeelden van een wereld die ik nog moest leren kennen. Later kwamen Carmine, geboren in 1950, en Maurizio, geboren in 1955. Zo groeide ons gezin verder rond mijn vader en moeder, ieder met zijn eigen plaats aan tafel en in het verhaal.
Mario herinner ik mij als een warme en gulle man, iemand met een goed hart. Zijn overlijden liet opnieuw een lege plaats in onze familie achter. Wanneer wij vandaag samenkomen, is hij niet zichtbaar aanwezig, maar zijn naam en zijn karakter leven voort in onze gesprekken.
Met de jaren leer je dat broederliefde niet betekent dat men altijd dezelfde mening deelt of voortdurend bij elkaar is. Zij zit ook in de kennis van een gezamenlijke oorsprong, in herinneringen die niemand anders volledig begrijpt en in de zekerheid dat een deel van jouw jeugd in de ander bewaard blijft.
Wanneer wij terugkeren naar Loreto Aprutino, raken verleden en heden elkaar. De familiehuizen, de straten en de gezichten brengen ons terug naar de mensen die vóór ons kwamen. Op zo’n ogenblik zie ik niet alleen de mannen die wij geworden zijn, maar ook de jongens die ooit vanuit dezelfde familie aan hun leven begonnen.
Deze foto’s krijgen daarom hun plaats in dit boek. Niet om te beweren dat alles altijd eenvoudig was, maar om te bewaren wat sterker bleek dan tijd en afstand: de band tussen broers en de dankbaarheid dat wij een deel van de weg samen mochten afleggen.
Wij droegen dezelfde familienaam en dezelfde eerste herinneringen, maar wij werden geen kopieën van elkaar. Remo, Mario, Carmine, Maurizio en ik kozen elk onze eigen weg. Binnen een groot gezin bestaan kameraadschap en botsingen naast elkaar. Wij konden elkaar plagen, van mening verschillen en daarna toch zonder veel woorden weer naast elkaar staan. Bloedverwantschap maakt een verhouding niet automatisch eenvoudig; zij geeft haar wel een geschiedenis die nergens anders opnieuw kan worden gemaakt.
Mario blijft in mijn herinnering een bijzonder warme en vrijgevige man. Zijn overlijden bracht opnieuw een stilte in onze familie. Wanneer wij later samen in Loreto Aprutino stonden, was het geluk echt, maar nooit volledig onschuldig: bij iedere foto weet je ook wie niet meer naast je kan komen staan. Toch koos ik voor dit boek geen plechtige groepsfoto in zwarte kostuums. Ik wil mijn broers bewaren zoals ik hen het liefst zie: buiten, in ons geboortedorp, dicht bij de grond waar onze familie begon.