← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Integrale editie

Leesinstellingen

Mijn grootste leermeesters

Wanneer mensen mij vragen van wie ik in mijn leven het meest heb geleerd, verwachten velen dat ik ondernemers, uitvinders of mensen noem die mijn professionele loopbaan hebben beïnvloed. Maar de waarheid is veel eenvoudiger. Mijn grootste leermeesters waren mijn vader en mijn moeder. Geen van beiden heeft ooit een boek geschreven. Geen van beiden heeft ooit belangrijke onderscheidingen ontvangen. Het waren eenvoudige mensen. En toch hebben zij mij alles geleerd wat werkelijk belangrijk is.

Mijn vader, Antonio Rossi, was een man van weinig woorden. Hij behoorde tot een generatie mannen die hun gevoelens zelden met woorden uitdrukten. Hij stond vroeg op. Hij ging werken. Hij kwam uitgeput thuis. En de volgende ochtend begon alles opnieuw. Als kind leek dat voor mij de normaalste zaak van de wereld. Pas vele jaren later besefte ik dat hij iedere dag opnieuw zijn gezondheid op het spel zette. Diep onder de grond.

In de duisternis. Ver weg van het daglicht. Niet omdat hij van dat werk hield. Maar omdat hij geloofde dat zijn gezin een beter leven verdiende dan het leven dat hij zelf had gekend. Mijn vader had een droom. Niet voor zichzelf.

Voor zijn kinderen. Hij zei vaak dat geen van zijn zonen ooit in de steenkoolmijnen zou moeten werken. Dat was zijn grootste overwinning. Niet wat hij verdiende.

Maar wat hij ons hoopte te besparen. Mijn moeder, Guglielmina, was heel anders. Waar mijn vader zijn gevoelens vaak verborgen hield, liet mijn moeder haar liefde zien in alles wat zij deed. In de maaltijden die zij voor ons bereidde. In de zorg waarmee zij onze kleren verzorgde. In de manier waarop zij ons troostte wanneer we verdriet hadden. Ze klaagde zelden. En toch had ze duizend redenen om dat wel te doen.

Ze had haar vaderland verlaten. Haar familie achtergelaten. Een dochter verloren. En ondanks alles bleef ze iedere dag opnieuw zorgen voor de mensen van wie ze hield. Pas toen ik zelf volwassen werd, begon ik werkelijk te begrijpen hoeveel kracht daarvoor nodig moet zijn geweest. Mijn ouders hebben mij nooit geleerd hoe ik rijk moest worden. Ze leerden mij hoe ik eerlijk en met waardigheid door het leven moest gaan. Ze hebben mij nooit verteld dat ik iemand belangrijk moest worden.

Ze leerden mij dat ieder mens respect verdient. Rijk of arm. Bekend of onbekend. Hoogopgeleid of iemand die nauwelijks kon lezen of schrijven. Later in mijn leven, toen ik de gelegenheid kreeg om aan dezelfde tafel te zitten met bedrijfsleiders, industriëlen en succesvolle ondernemers, heb ik nooit het gevoel gehad dat zij meer waard waren dan de eenvoudige mijnwerker die mijn vader was geweest. Dat is een waarde die ik van thuis heb meegekregen.

Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom ik mij altijd op mijn gemak heb gevoeld, waar ik ook terechtkwam. In een buurtcafé. In een fabriek. In het kantoor van een bedrijfsleider. Of rond een tafel met mensen die ik pas had leren kennen. Ik heb altijd geprobeerd eerst de mens te zien. En pas daarna zijn beroep of positie.

Vandaag vraag ik mij soms af hoeveel van mijn ouders nog in mij voortleeft. Ik geloof dat het veel meer is dan ik vroeger besefte. Telkens wanneer ik iemand probeer te helpen.

Telkens wanneer ik respect toon voor iemand die weinig bezit. Telkens wanneer ik ervoor kies te luisteren in plaats van zelf te spreken, herken ik iets van mijn vader. Iets van mijn moeder. Ze leven niet alleen voort op oude foto’s.

Ze leven voort in alles wat zij mij hebben meegegeven. En misschien is dat wel de grootste erfenis die ouders hun kinderen kunnen nalaten. Geen geld. Geen bezittingen. Maar waarden. Waarden die van de ene generatie op de andere worden doorgegeven. Als er uit mijn jeugd slechts één gedachte voor altijd bij mij zou mogen blijven, dan zou het deze zijn: Mijn vader leerde mij hoe ik moest werken. Mijn moeder leerde mij hoe ik moest leven.

Pas veel later besefte ik dat ik zonder hen beiden nooit de man zou zijn geworden die ik vandaag ben.