Marco en Cristina – twee jonge mensen verenigd door een grote droom
Wanneer ik vandaag terugdenk aan die eerste jaren in de Glazen Piramide, zie ik vooral de twee jonge mensen die ons project zijn bijzondere energie gaven. Ik zie Marco. En ik zie Cristina. Ze waren allebei pas afgestudeerd. Ze waren jong. Leergierig. Vol enthousiasme. En bovenal waren ze niet bang om groot te dromen. Precies dat gaf ons project zijn bijzondere kracht. Ik bracht meer dan twintig jaar ervaring mee uit de wereld van koffie en keramiek.
Ik kende de fabrieken. Ik kende de importeurs. Ik kende de architecten. Ik wist waar de werkelijke problemen lagen. Maar Marco en Cristina bezaten iets wat je nergens kunt kopen. Een frisse blik. Voor hen bestonden er geen vanzelfsprekende grenzen. Wanneer ik zei dat iets moeilijk zou worden, vroegen ze eenvoudig:
‘Waarom?’ Die ene vraag dwong mij vaak om opnieuw na te denken. Misschien leek iets alleen maar moeilijk omdat we het altijd op dezelfde manier hadden gedaan. Al snel werd de Piramide veel meer dan een kantoor. Overdag ontvingen we klanten uit België, Nederland en Luxemburg. Italiaanse fabrikanten kwamen hun nieuwste collecties voorstellen. Architecten wilden nieuwe mogelijkheden ontdekken om hun projecten te presenteren. En ’s avonds... begon vaak een tweede werkdag.
Wanneer de laatste bezoekers vertrokken waren, bleven we dikwijls nog uren doorwerken. Marco ging achter zijn computer zitten en onderzocht hoe onze ideeën technisch konden worden uitgewerkt. Cristina maakte documenten klaar, verzorgde de communicatie en zorgde ervoor dat alles zorgvuldig werd georganiseerd. En ik? Ik vulde blad na blad met schetsen vanuit mijn praktische ervaring. We wisselden ideeën uit. We discussieerden. Soms waren we het niet met elkaar eens.
Maar we hadden altijd hetzelfde doel. Iets opbouwen dat werkelijk een verschil kon maken. Onze rollen waren verschillend. Maar juist daardoor vulden we elkaar zo goed aan. In die periode kwamen er ook andere mensen bij die over de technische kennis beschikten die wij zelf niet hadden. Ik herinner mij nog hoe belangrijk die eerste programmeurs voor ons waren. Wij hadden ideeën. Honderden ideeën.
Maar met ideeën alleen bouw je geen software. Daarvoor hadden we mensen nodig die onze droom konden omzetten in regels computercode. Dat was niet altijd eenvoudig. Ik legde een probleem uit vanuit mijn ervaring in de keramiekwereld. Marco probeerde het vervolgens te vertalen naar de logica van een computer. Cristina zorgde ervoor dat onze ideeën duidelijk werden vastgelegd en gecommuniceerd. Daarna moest de programmeur proberen te begrijpen wat wij precies wilden bereiken en hoe dat technisch mogelijk kon worden gemaakt.
Dat leidde tot lange gesprekken. En minstens even vaak tot veel gelach. Want eigenlijk spraken we drie verschillende talen. De taal van de praktijk. De taal van het ondernemerschap. En de taal van de softwareontwikkeling. Langzaam leerden we elkaar begrijpen. Precies toen begon er iets werkelijk bijzonders te ontstaan. Niet zomaar een nieuw computerprogramma.
Maar een hulpmiddel dat voortkwam uit de echte problemen waarmee mensen in hun dagelijkse werk werden geconfronteerd. Dat bleef altijd ons uitgangspunt. We wilden geen software ontwikkelen omdat computers plotseling modern waren geworden. We wilden software ontwikkelen omdat technologie mensen werkelijk kon helpen. Een architect moest sneller een project kunnen ontwerpen. Een handelaar moest eenvoudiger een offerte kunnen maken. Een klant moest een vloer of badkamer kunnen zien voordat de eerste tegel überhaupt was besteld.
Dat was onze droom. Vandaag klinkt dat allemaal bijna vanzelfsprekend. Maar in die tijd keken veel mensen ons verbaasd aan. Sommigen vonden onze ideeën veel te ambitieus. Anderen geloofden eenvoudigweg niet dat de sector ooit op die manier zou werken. Maar dat ontmoedigde ons niet. Integendeel. Het maakte ons nog vastberadener. Want wij geloofden niet in verandering alleen om iets te veranderen. Wij geloofden in verbetering. En dat maakte het verschil.
Wanneer ik vandaag terugdenk aan die avonden in de Piramide, zie ik drie mensen rond een tafel zitten. Geen groot bedrijf. Geen leger van werknemers. Geen onuitputtelijke financiële middelen. Gewoon een vader. Een zoon. En een jonge vrouw. Drie mensen die ervan overtuigd waren dat de toekomst anders kon worden opgebouwd. Dat beeld raakt mij vandaag nog altijd. Niet omdat alles uiteindelijk precies is verlopen zoals wij hadden gehoopt.
Maar omdat het echt was. We werkten niet voor roem. We zochten geen erkenning. We werkten omdat we oprecht geloofden dat we iets konden achterlaten waarmee andere mensen verder konden. Misschien is dat wel de mooiste herinnering die ik uit die jaren heb meegenomen. Niet de computers. Niet de software.
Maar het enthousiasme. Het enthousiasme waarmee iedere nieuwe dag begon. En waarmee we, zonder het zelf te beseffen, samen een droom opbouwden die veel groter zou blijken dan we toen konden overzien.