← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Integrale editie

Leesinstellingen

Een laatste wandeling voor het einde

Nu ik bijna de laatste bladzijden van mijn levensverhaal heb bereikt, voelt het alsof ik in gedachten nog één keer de hele weg bewandel. Niet om ieder detail opnieuw te vertellen. Dat heb ik op de voorgaande bladzijden geprobeerd. Maar om nog één keer stil te staan bij de mensen, plaatsen en gebeurtenissen die mij hebben gevormd.

Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik Loreto Aprutino. Het kleine dorp in de Abruzzen waar mijn verhaal begon. Ik zie de heuvels. De oude huizen. De olijfbomen. En de wegen waarover mijn ouders liepen, lang voordat zij konden vermoeden dat hun kinderen ooit in België zouden opgroeien. Ik zie in gedachten mijn vader vertrekken. Een jonge man die zijn vrouw, zijn kinderen en zijn vertrouwde omgeving achterliet om in een vreemd land diep onder de grond te gaan werken.

Hij vertrok niet omdat hij zijn geboorteland niet liefhad. Hij vertrok omdat hij zijn gezin liefhad. Ik zie mijn moeder. De vrouw die achterbleef en met een enorme moed haar kinderen verzorgde terwijl zij wachtte op het moment waarop ons gezin opnieuw samen zou zijn. Ik zie hen later in België. Twee mensen die weinig bezaten, maar die hun kinderen alles probeerden te geven wat binnen hun mogelijkheden lag. Van hen begon de lange weg die mij uiteindelijk hier heeft gebracht.

Daarna zie ik mijn cité De Lindeman. De eenvoudige woningen. De mijnwerkersgezinnen. De verschillende talen die door elkaar klonken. De armoede. Maar ook de solidariteit. Ik zie de mijnwerkers vertrekken. Mannen zoals mijn vader, die ’s morgens naar de duisternis afdaalden en

’s avonds vermoeid naar hun gezin terugkeerden. Ik zie de school. Mijn eerste vrienden. De spelletjes op straat. De Italiaanse lessen. De kerk waar ik misdienaar was.

En het kind dat nog geen idee had van alles wat het leven later voor hem in petto zou hebben. Ik zie onze verhuizing naar de omgeving van Luik. Het afscheid van de vertrouwde wereld van mijn jeugd. De onzekerheid. De eerste stappen naar volwassenheid. Mijn eerste liefde. Mijn eerste werkervaringen. En de jonge man die steeds vaker begon te denken:

‘Er moet toch een betere manier bestaan.’ Ik zie Dorina. De vrouw met wie ik bijna een heel mensenleven heb gedeeld. Ik zie onze eerste jaren samen. Onze dromen. Onze moeilijkheden. Onze vreugde toen wij ouders werden. Ik zie Marco en Michael opnieuw als twee kleine jongens. Ik hoor hun stemmen. Ik zie hen spelen. Ik herinner mij hoe zij opgroeiden en langzaam ieder hun eigen karakter en weg ontwikkelden.

Op dat moment konden wij nog niet weten hoeveel geluk, maar ook hoeveel zorgen het leven voor ons gezin zou meebrengen. Ik zie mijn ouders ouder worden. Mijn broers. Mijn familie. Mijn vrienden. De mensen die jarenlang naast mij liepen. En degenen die slechts korte tijd deel van mijn leven waren, maar toch een blijvende herinnering achterlieten. Ik zie de jaren waarin ik werkte en droomde. De koffiemachines. DOROMA. De tegels. De Italiaanse fabrikanten.

De reizen. De klanten die vrienden werden. De ideeën die uitgroeiden tot bedrijven. En de plannen waarvan ik oprecht geloofde dat zij de wereld een klein beetje konden veranderen. Ik zie ook de moeilijke jaren. De crisis van 1981. De schulden. Het huis dat wij moesten verkopen. De momenten waarop alles verloren leek. De mensen die mij hielpen om opnieuw te beginnen. En ook degenen die afstand namen of mijn vertrouwen beschaamden.

Vroeger voelde ik daar soms woede over. Vandaag niet meer. Dat betekent niet dat ik alles ben vergeten. Sommige gebeurtenissen hebben diepe sporen nagelaten. Maar ik wil niet dat bitterheid het laatste woord over mijn leven krijgt. Wanneer ik vandaag aan die mensen denk, voel ik vooral dat ieder van hen, bewust of onbewust, deel is geworden van mijn verhaal. Sommigen leerden mij wat vertrouwen betekent. Anderen leerden mij voorzichtiger te zijn.

Sommigen hielpen mij overeind. Anderen dwongen mij mijn eigen kracht opnieuw te ontdekken. Zonder al die ontmoetingen zou mijn leven anders zijn geweest. Misschien gemakkelijker. Misschien moeilijker. Maar zeker minder rijk aan lessen. Ik zie de Glazen Piramide. Ik zie Marco achter zijn computer. Ik hoor opnieuw zijn enthousiasme wanneer hij over technologie en nieuwe mogelijkheden sprak. Ik zie ons discussiëren. Plannen maken. Reizen. Werken. Dromen. Ik zie hem als mijn zoon.

Als vader van Chiara en Laura. Als ondernemer. Als mijn partner. Mijn reisgenoot. En mijn vriend. Ik zie hem niet alleen tijdens zijn laatste maanden. Ik zie hem zoals hij gedurende zijn hele leven was. Met zijn nieuwsgierigheid. Zijn glimlach. Zijn moed. Zijn kwetsbaarheid. En zijn immense verlangen om niemand teleur te stellen. Naast hem zie ik Michael. Niet in de schaduw van zijn broer.

Maar op zijn eigen plaats. Met zijn eigen karakter. Zijn eigen levensweg. Zijn stille kracht. En de band die wij in de laatste jaren op een onverwachte en bijzonder diepe manier opnieuw hebben opgebouwd. Ik zie hem als mijn zoon. Als vader van Helena en Andreas. En als de man die zijn eigen keuzes is blijven maken. Dan zie ik mijn vier kleinkinderen. Chiara. Laura. Helena. Andreas. Vier jonge mensen met ieder hun eigen karakter en toekomst.

Chiara en Laura dragen de herinnering aan hun vader Marco met zich mee. Helena en Andreas kennen hem als hun oom en als een belangrijk deel van de geschiedenis van onze familie. Maar geen van hen hoeft uitsluitend drager van het verleden te zijn. Zij hebben allemaal het recht hun eigen verhaal te schrijven. Hun eigen dromen te volgen. Hun eigen fouten te maken. En hun eigen plaats in de wereld te vinden.

Wanneer ik naar hen kijk, begrijp ik dat mijn verhaal niet werkelijk bij de laatste bladzijde van dit boek eindigt. Het krijgt alleen andere vertellers. Mijn ouders begonnen aan een verhaal waarvan zij de afloop nooit konden kennen. Zij gaven iets door aan mij. Ik probeerde dat op mijn beurt door te geven aan mijn kinderen. En vandaag leeft iets daarvan verder in mijn kleinkinderen. Niet als een opdracht. Niet als een verplichting om onze levens opnieuw te beleven.

Maar als een verzameling wortels waaruit zij hun eigen kracht kunnen putten. Iedere generatie schrijft haar eigen hoofdstukken. Wij zijn nooit het volledige verhaal. Wij zijn een bladzijde tussen degenen die vóór ons kwamen en degenen die na ons verdergaan.

Misschien is dat wel een van de diepste waarheden van het leven. Wij denken soms dat alles bij ons begint. En wanneer we ouder worden, vrezen we misschien dat alles bij ons zal eindigen.

Maar geen van beide is waar. Wij ontvangen. Wij voegen iets toe. En daarna geven wij het verhaal door. Daarom beëindig ik deze wandeling door mijn herinneringen niet alleen met verdriet. Natuurlijk blijft er pijn. Er zijn mensen die ik iedere dag mis. Er zijn woorden die ik nog had willen uitspreken. Er zijn momenten die ik nog één keer zou willen beleven.

Maar naast dat verdriet voel ik een diepe dankbaarheid. Dankbaarheid omdat ik deze mensen heb mogen kennen. Omdat ik hun zoon, broer, echtgenoot, vader, grootvader, collega of vriend heb mogen zijn. Omdat ik heb mogen liefhebben. Omdat ik heb mogen dromen. Omdat ik ben gevallen en telkens opnieuw heb geprobeerd recht te staan.

Vanaf hier beginnen de laatste hoofdstukken van dit boek. Misschien zijn het niet de hoofdstukken met de meeste gebeurtenissen. Maar zij dragen wel de betekenis in zich die al die gebeurtenissen na zoveel jaren voor mij hebben gekregen. Wat wil ik nalaten? Waarom heb ik mijn verhaal geschreven? Waar heeft de lange weg mij uiteindelijk teruggebracht? En wat heeft het leven mij werkelijk geleerd? Met die vragen vervolg ik het laatste gedeelte van deze reis.

Niet met het gevoel dat alles voorbij is. Maar met het besef dat geen enkel levensverhaal volledig eindigt zolang iemand de liefde, de waarden en de herinneringen ervan verder draagt. De laatste bladzijde van een boek is daarom geen werkelijk einde. Ze is slechts het ogenblik waarop de schrijver zijn pen neerlegt en het verhaal aan de lezer toevertrouwt. En als er na mij iets blijft voortleven in het hart van de mensen die ik heb liefgehad...

dan is dat meer dan ik ooit had durven hopen.

Familiefoto uit Mijn Leven
Mijn geliefde vrouw Dorina, zoals zij vandaag is na al die jaren nog altijd de vrouw met wie ik mijn leven deel.