← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Lees het boek

Leesinstellingen

Voorwoord

Waarom ik mijn verhaal heb geschreven

Er zijn duizenden boeken geschreven over koningen, presidenten, kunstenaars, ondernemers en mensen die hun stempel op de geschiedenis hebben gedrukt. Ik behoor niet tot hen. Ik ben geen beroemdheid. Ik heb nooit een oorlog gewonnen, geen wereldrecord gebroken en geen uitvinding gedaan die mij een plaats in de geschiedenisboeken heeft bezorgd. Ik ben gewoon Renato Rossi.

Een zoon van Italiaanse ouders. Een echtgenoot. Een vader. Een grootvader. Een broer. Een vriend. Een ondernemer. En bovenal een mens die, zoals zovelen, heeft geprobeerd betekenis te geven aan zijn leven. Waarom heb ik dan besloten mijn verhaal te schrijven? Niet om mijzelf in de schijnwerpers te plaatsen. Niet om bewondering te krijgen. En zeker niet omdat mijn leven belangrijker zou zijn dan dat van iemand anders.

Ik schrijf dit boek omdat ik geloof dat ieder mens een verhaal in zich draagt — een verhaal dat verloren dreigt te gaan wanneer niemand het vertelt. Geen enkel mensenleven laat zich volledig in één boek vangen. Toch voelde ik steeds sterker de behoefte om iets te bewaren van de weg die ik heb afgelegd en van de mensen die mij hebben gevormd. Zolang iemand zich ons herinnert en over ons spreekt, blijft een deel van ons voortleven.

Ik werd op 5 juni 1948 geboren in Loreto Aprutino, een klein dorp in de Italiaanse regio Abruzzo. Enkele maanden later brachten mijn ouders mij naar België, waar mijn vader als mijnwerker werkte. Zoals duizenden Italiaanse gezinnen verlieten wij ons vaderland niet op zoek naar avontuur, maar uit noodzaak. Mijn ouders lieten hun familie, hun taal en het leven dat zij kenden achter zich, gedreven door de hoop hun kinderen een betere toekomst te geven. Hun moed vormt de eerste bladzijde van mijn verhaal.

De eerste gedachte aan dit boek ontstond niet aan een schrijftafel. Zij ontstond in januari 2022, tijdens de coronaperiode, toen ik een hartaanval kreeg. Op de spoedafdeling werd bovendien vastgesteld dat ik met COVID besmet was. Ik werd volledig geïsoleerd op een afzonderlijke afdeling. Omdat een onmiddellijke behandeling niet mogelijk was, lag ik daar tussen leven en dood. Ik kon nauwelijks ademhalen, was bijzonder zwak, kon amper bewegen en voelde mij voortdurend duizelig.

Pas een week later werden eerst twee stents geplaatst. Drie maanden daarna volgden nog twee. Mijn revalidatie duurde lang. In die kwetsbare periode besefte ik scherper dan ooit hoe plotseling een leven kan veranderen en hoeveel onuitgesproken blijft wanneer iemand er onverwacht niet meer is.

Michael had mij verschillende keren gevraagd: ‘Pa, hoe moeten wij verder als je er niet meer zou zijn? Wij weten eigenlijk zo weinig over jou. Wat zijn je allerlaatste wensen?’ Die vragen waren niet gemakkelijk om te horen, maar ze kwamen voort uit liefde en bezorgdheid. Ik begreep dat mijn kinderen veel gebeurtenissen uit mijn leven slechts gedeeltelijk kenden en dat sommige verhalen dreigden te verdwijnen wanneer ik ze niet zelf zou vertellen.

Ik begon daarom dag na dag korte herinneringen neer te schrijven. Aanvankelijk dacht ik niet aan een echt boek. Ik verzamelde alles op een USB-stick en wees een speciale plaats aan waar mijn familie die kon terugvinden wanneer ik er niet meer zou zijn. Die USB-stick was mijn eerste manier om iets achter te laten: geen bezit, maar woorden; geen volledige geschiedenis, maar de ervaringen en gevoelens die ik niet verloren wilde laten gaan.

Langzaam groeiden die afzonderlijke verhalen uit tot Mijn Leven — In naam van al mijn dierbaren. Sommige herinneringen zijn groot omdat zij een leven veranderden. Andere lijken klein: een hand op een schouder, een gesprek aan tafel, een blik tussen vader en zoon. Juist zulke ogenblikken vertellen vaak het meest.

Dit verhaal gaat daarom niet alleen over mij. Het gaat over mijn ouders, Antonio Rossi en Guglielmina Di Pasquale, die mij de betekenis van opoffering en waardigheid leerden. Het gaat over mijn broers en mijn kleine zusje Lidiola, wier korte leven toch deel bleef uitmaken van wie ik ben. Het gaat over Dorina, met wie ik een heel leven heb opgebouwd, over mijn zonen Marco en Michael, over mijn kleinkinderen en over de mensen die op beslissende momenten naast mij stonden.

Mijn beroepsleven krijgt alleen ruimte wanneer het iets laat zien van de mens achter de onderneming: mijn nieuwsgierigheid, mijn dromen, mijn fouten, mijn doorzettingsvermogen en de mensen die mij hielpen opnieuw te beginnen. Ik werkte met koffie en espresso, keramische tegels, software en innovatie. Ik kende mooie successen en pijnlijke tegenslagen. Vandaag weet ik dat mijn verwezenlijkingen niet mijn grootste rijkdom zijn. Mijn grootste rijkdom zijn de mensen die ik onderweg heb ontmoet.

Marco vormt het hart van dit boek. Hij was veel meer dan de manier waarop zijn leven op 27 augustus 2009 eindigde. Hij was mijn zoon, Michaels broer, vader, vriend, collega, zakenpartner en dromer. Ik wil laten zien wie hij werkelijk was en tegelijk eerlijk spreken over de bipolaire stoornis en de depressie waarmee hij streed. Niet om hem tot zijn ziekte te herleiden, maar om zichtbaar te maken hoe diep psychisch lijden achter een glimlach verborgen kan blijven. Als deze bladzijden iemand helpen om eerder te luisteren, te spreken of hulp te zoeken, krijgt zijn verhaal nog een diepere betekenis.

Dit boek is geen aanklacht en wijst niemand met de vinger. Het is mijn herinnering, verteld met de kennis en gevoelens die ik vandaag bezit. Ik stel mijzelf niet voor als een held. De echte Renato is nieuwsgierig en vol plannen, maar ook koppig, soms te goed van vertrouwen en niet altijd tijdig bereid zijn grenzen te zien. Alleen wanneer ook die kanten zichtbaar zijn, kan dit verhaal werkelijk van mij zijn.

In de latere jaren van mijn leven ben ik meer gaan nadenken over de betekenis van ontmoetingen en over de stille banden die mensen met elkaar verbinden. Ik noem dat soms de onzichtbare draad door mijn leven. Ik verwacht niet dat iedere lezer die gedachte deelt en ik wil wat ik niet kan bewijzen ook niet als zekerheid voorstellen. Voor mij gaat die draad vooral over liefde, herinnering, intuïtie, dankbaarheid en de mensen die precies op het juiste ogenblik nabij waren.

Bovenal heb ik dit boek geschreven voor mijn familie: voor mijn kinderen, mijn kleinkinderen en de generaties die na mij zullen komen. Op een dag zullen zij mij misschien niet meer kunnen vragen wie ik was. Ik hoop dat zij mij dan in deze bladzijden terugvinden. En als mijn verhaal daarnaast herkenning brengt, een gesprek opent of iemand de moed geeft opnieuw te beginnen, dan heeft het zijn doel bereikt.

Dit is niet het verhaal van een buitengewoon leven. Het is het verhaal van een gewone man die het voorrecht heeft gehad buitengewone mensen te ontmoeten. Daarom draagt dit boek de titel Mijn Leven — In naam van al mijn dierbaren. Want uiteindelijk behoort niets van wat wij zijn uitsluitend aan onszelf toe. Wij zijn de levende som van allen die ons hebben liefgehad, geholpen, uitgedaagd en vergeven, en die ons de kans hebben gegeven de mens te worden die wij vandaag zijn. Aan hen draag ik dit boek op.

Met diepe dankbaarheid,
Renato Rossi