Hoofdstuk 7 Lidiola, het zusje dat bleef
Er zijn mensen die ons een heel leven lang vergezellen. En er zijn anderen die ons verlaten voordat we ooit de kans hebben gekregen hen te leren kennen. Toch kunnen ook zij voor altijd een plaats binnen een familie behouden. Zo was het met mijn kleine zusje, Lidiola. Ik heb haar nooit gezien. Ik heb haar stem nooit gehoord. Ik heb nooit met haar gespeeld. En toch heb ik altijd gevoeld dat zij een onzichtbare plaats in het hart van onze familie heeft behouden. Toen mijn vader naar België vertrok om in de steenkoolmijnen te werken, bleef mijn moeder achter in Loreto Aprutino. Zij moest voor haar jonge kinderen zorgen. Het was een tijd waarin het leven eenvoudig was, maar hard. Ons huis was bescheiden. Er was geen stromend water. Geen centrale verwarming. De open haard was onze keuken, onze warmtebron en het levende hart van het huis.
Rond dat vuur speelde ons gezinsleven zich af. Mijn vader kende de gevaren van de mijn. Mijn moeder kende de eenzaamheid van het achterblijven. Ze leefde met de hoop dat ons gezin op een dag weer samen zou zijn. Maar het leven had andere plannen. Toen kwam de dag die geen enkele ouder ooit zou mogen meemaken. De kleine Lidiola viel in de open haard. Ondanks alle pogingen om haar te redden, was het te laat. Mijn moeder verloor haar dochter. Mijn vader verloor haar eveneens, honderden kilometers van huis. Hij kon niet eens onmiddellijk terugkeren om afscheid van haar te nemen. Wanneer ik mij vandaag dat moment probeer voor te stellen, voel ik vooral een overweldigende stilte. Hoeveel tranen moeten er zijn gevloeid? Hoeveel schuldgevoel moet mijn moeder in haar hart hebben meegedragen? Hoe machteloos moet mijn vader zich hebben gevoeld? Het zijn vragen waarop nooit een antwoord zal komen.
Misschien werd er daarom bij ons thuis ook zo weinig over Lidiola gesproken. Niet omdat ze vergeten was. Maar omdat het verdriet eenvoudigweg te diep was voor woorden. En toch heeft Lidiola onze familie nooit werkelijk verlaten. Sommige mensen blijven voortleven in de verhalen die we vertellen. Anderen in foto’s. Zij leefde voort in een lege plaats. In een stoel die nooit bezet zou worden. In een naam die met oneindige tederheid werd uitgesproken. In de ogen van mijn moeder wanneer haar gedachten stilletjes afdwaalden naar een verre plaats. Ik heb mij vaak afgevraagd hoe ons gezin eruit zou hebben gezien als Lidiola was blijven leven. Zou ze met ons mee naar België zijn gekomen? Zou ze zelf kinderen hebben gekregen? Zou ik een zus hebben gehad met wie ik mijn leven had kunnen delen? Het zijn vragen waarop niemand ooit een antwoord zal kunnen geven.
Lidiola, mijn zusje dat ik nooit heb mogen leren kennen.
En toch zijn ze mijn hele leven bij mij gebleven. Misschien is dat ook een van de redenen waarom familie altijd zoveel voor mij heeft betekend. Omdat ik al heel vroeg leerde dat niets in het leven vanzelfsprekend is. De persoon die vandaag naast ons zit, kan morgen alleen nog in onze herinneringen bestaan. We denken vaak dat ons leven gevormd wordt door de mensen die aanwezig zijn. Maar soms wordt het even diep gevormd door degenen die we verloren hebben. Voor mij zal Lidiola altijd mijn oudere zus blijven. Niet omdat we samen herinneringen hebben kunnen maken. Maar omdat zij deel uitmaakt van het verhaal waaruit ik ben voortgekomen. En misschien is dat uiteindelijk wel de diepste betekenis van de titel van dit boek: Mijn Leven - In naam van al mijn dierbaren. Niet alleen voor degenen die nog bij ons zijn. Maar ook voor degenen die ons veel te vroeg hebben verlaten en die, ondanks hun afwezigheid, voor altijd aanwezig blijven in ons hart.